Sint-Georgiuskerk

 

 


         
           IN
HOUD PAGINA
          1. Identificatie
          2. Historiek
          3. Architectuur
          4. Interieurelementen
          

IDENTIFICATIE

Ligging: Sint-Jorisplein 37 te Sint-Joris
Type: pseudo-basiliek. Stijl: neogotiek
Bouwkundig erfgoed vastgesteld op 5/10/2009
Eigenaar: Stad Nieuwpoort
Gebruiksstatuut: parochiekerk voor de katholieke eredienst

HISTORIEK

Het dorp Sint-Joris ontstond na een periode van inpoldering (1190-1240) vanuit Ramskapelle. De nederzetting werd voor het eerst vermeld in 1240 als Sancti Georgii in terra nova.
Het voormalig éénbeukig gotisch kerkje, met toren die na brand in 1762 hersteld was, werd afgebroken begin 19de eeuw. Het rond 1850-60 herbouwde gebedshuis werd tijden de oorlog 1914-18 volledig verwoest. In 1922-25 bouwde men een tweebeukige kerk; dit ongeveer 700 meter meer in de richting van Nieuwpoort. Bij de naoorlogse wederopbouw werd namelijk geopteerd voor een nieuwe inplanting van de dorpskern.

ARCHITECTUUR

In de Sint-Joriskerk representeren de spitsbogen en steunberen de basiskenmerken van de gotische architectuur. Het grondplan (architect G.Hendrickx uit Brussel) omvat een hoofdbeuk van zes traveeën met een aanleunende doopkapel in het noordwesten en een smallere zijbeuk (zuidbeuk) van vijf traveeën met de half ingebouwde toren in het zuidwesten. Het lagere koor van één travee met driezijdige absis ligt in het verlengde van de hoofdbeuk, terwijl de sacristie aansluit bij de zuidbeuk.

De torenromp bestaat uit drie geledingen en is met een naaldspits bekroond. De brede hoeksteunberen vernauwen sprongsgewijs op de scheiding van elke bouwlaag. De gevels van de klokkenkamer zijn voorzien van spitsboogvormige galmgaten en eindigen op een borstwering met een decoratieve spitsboogfries. Tegen de zuidgevel staat een achtkantig traptorentje.

De voorgevel (westgevel) van de hoofdbeuk noemt men een tuitgevel (rechte sluiting). De puntgevel met oculus en drie spitsboogramen is afgeboord met muurvlechtingen en eindigt op een kruisvormige topstuk. In de gevels van de beuk- en koortraveeën staan geprofileerde tweelichten tussen versneden steunberen. Beide beuken zijn onder één leien zadeldak verenigd.

Binnen de kerk zijn de beuken verbonden via spitsboogvormige scheibogen; rustend op bakstenen pijlers. Er werd geopteerd voor een spitstongewelf (geringer gewicht).

 

 

Reacties zijn gesloten.